In de aanloop naar de verkiezingen kijken we elke week naar de invloed van de ideeën van de grootste partijen op de kunststofleiding-sector. Deze week ligt de focus op de politieke aandacht voor de maakindustrie.
Is er voldoende politieke aandacht voor de maakindustrie?
De maakindustrie is met meer dan 15.000 bedrijven een belangrijk onderdeel van de Nederlandse economie. Maar is daar ook voldoende aandacht voor vanuit de politiek? En welke kansen liggen er op dat vlak voor kunststofleidingproducenten?
D66 – nadruk op een schone maakindustrie
Dat de maakindustrie politieke aandacht verdient, valt ook volgens D66 niet te ontkennen. De nadruk ligt daarbij ook op de meer groene aspecten:
“D66 wil dat Nederland vooroploopt in de schone maakindustrie: van circulaire
bouwmaterialen en groene chemie tot biobased plastics en groene waterstof.”
Commentaar BureauLeiding:
Circulariteit van kunststofleidingen is uiteraard al zoveel mogelijk gewaarborgd via het BIS. Interessante kansen liggen hier wellicht ook bij de aandacht voor biobased plastics: zijn er op dat vlak voor de kunststofleidingindustrie nog meer (betaalbare) innovatiekansen? Daarnaast is het cruciaal dat de politiek de strategisch toegevoegde waarde van de maakindustrie voor Nederland en Europa blijft zien.
CDA – langetermijnbeleid voor energietransitie
De maakindustrie is, mede door haar omvang, een grootverbruiker van energie. De weg naar duurzame energie is ingeslagen, maar is kostentechnisch niet altijd even haalbaar ziet ook het CDA:
“Om de energietransitie mogelijk en betaalbaar te maken, is betrouwbaar en stabiel
langetermijnbeleid nodig. Juist ook om de maakindustrie, die wil verduurzamen, te behouden
voor Nederland.”
Commentaar BureauLeiding:
Het is zaak om duidelijk te blijven communiceren wat op dit moment al haalbaar is en wat niet, zowel als het gaat om circulaire economie als schone energie. Daarom is het cruciaal dat er stabiliteit en langetermijn perspectief komt vanuit beleidsmakers. Uiteraard denkt BureauLeiding daar graag over mee.
VVD en JA21 – een gelijk Europees speelveld
Zowel de VVD als JA21 heeft aandacht voor de concurrentiepositie van de Nederlandse maakindustrie. Beide partijen zien een oplossing in het afschaffen van extra nationale heffingen en aanpassingen in het beleid.
VVD:
“We willen een gelijk speelveld voor onze industrie met de rest van Europa. Europees klimaatbeleid is daarom het beste klimaatbeleid. We schrappen waar mogelijk nationale koppen op Europees beleid.”
JA21:
“We introduceren geen nationale CO2-heffingen bovenop Europese regels en we schaffen bestaande nationale CO2-heffingen af.”
Commentaar BureauLeiding:
Het risico dat landen eigen regels maken, is afgelopen jaren groter geworden. Zeker op het gebied van circulaire economie dreigt een ongelijk speelveld. Terwijl een gelijk speelveld cruciaal is voor de Europese maakindustrie. Dit moet komende jaren bewaakt worden. Goed dat dit ook de aandacht van de politiek heeft.
GroenLinks/PvdA: schoon maar betaalbaar
Schone energie is uiteraard een van de speerpunten van deze groene partij. Maar ook het betaalbaarheidsaspect krijgt aandacht:
“We investeren in schone en betaalbare energie uit wind-op-zee. Om dat te bereiken sluiten we een Noordzeepact tussen overheid, energiebedrijven, industrie en netbeheerders.”
Commentaar BureauLeiding:
Duurzame en betaalbare energie zijn cruciaal voor de Nederlandse maakindustrie. Producenten zetten zelf ook vol in op duurzame energie, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen en windmolens op het eigen terrein. Hier is het zaak dat bedrijven ook goed aangesloten blijven op het bestaande energienetwerk.
BBB: topsectoren en onderwijs verbinden met de maakindustrie
BBB heeft in haar verkiezingsprogramma veel aandacht voor de maakindustrie. Ook om Nederland steeds minder afhankelijk te maken van landen als China en Rusland:
“Door topsectoren met maakindustrie en technische opleidingen in de regio te verbinden, ontstaan nieuwe kansen die ons bedrijfsleven en het onderwijs versterken.”
Commentaar BureauLeiding:
Creatieve en innovatieve ideeën zijn nodig om tot nieuwe oplossingen te komen, in de circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook op gebied van waterbeheer. Kruisbestuiving met onderwijs en topsectoren kan daar zeker bij helpen. En tegelijkertijd ook jonge mensen enthousiasmeren om in onze unieke sector aan de slag te gaan.
Geef een reactie